Vijf thema’s voor succesvolle implementatie
De deelnemers werkten in groepen aan vijf thema’s: pedagogiek en didactiek, ethiek en wetgeving, tools en data, de rol van de docent en als laatste adoptie. Bij ieder thema stonden twee vragen centraal: Wat willen we zien? En wat mogen we niet uit het oog verliezen?
Hierdoor ging het gesprek niet alleen over de mogelijkheden van AI, maar vooral over de voorwaarden waaronder de technologie het onderwijs kan versterken.
Een agent die kritisch denken stimuleert
Een belangrijk inzicht was dat een AI-agent niet simpelweg antwoorden moet geven. De agent kan juist worden ingesteld om wedervragen te stellen: hoe ben je tot deze conclusie gekomen? Welke informatie heb je al bekeken? Wat zou een andere verklaring kunnen zijn?
Zo wordt de agent een denkpartner die kritisch denken stimuleert. De student blijft eigenaar van het leerproces en verantwoordelijk voor het denkwerk.
Een agent kan daarnaast de drempel verlagen om vragen te stellen. Sommige studenten durven bij een digitale assistent gemakkelijker iets te vragen dan in een klaslokaal. Tegelijkertijd moeten er duidelijke afspraken zijn over privacy, gegevensopslag en welke informatie gedeeld mag worden.
De doelstelling als rode draad
Een AI-agent is geen doel op zichzelf. Onderwijsinstellingen moeten eerst bepalen welk leerdoel of praktisch probleem zij willen aanpakken. Daarna kan worden beoordeeld of een agent daarvoor geschikt is.
Ook moet de agent aansluiten op het niveau van de student. Een beginnende student heeft mogelijk meer begeleiding nodig, terwijl een gevorderde student juist meer ruimte moet krijgen. De technologie moet daarom passen bij de leeruitkomsten en de route die studenten doorlopen.
Een veilige omgeving om te experimenteren
Studenten moeten AI kunnen uitproberen zonder bang te zijn dat zij gevoelige gegevens delen of juridische regels overtreden. Dat vraagt om een beschermde omgeving waarin jongeren zich veilig voelen en niet het gevoel hebben dat zij door bepaalde restricties worden tegengehouden.
De deelnemers adviseerden onderwijsinstellingen om hierin samen te werken en aan te sluiten bij sector brede oplossingen, in plaats van allemaal afzonderlijk een eigen omgeving te bouwen. De inzichten van studenten zijn hierin essentieel voor de verdere ontwikkeling van nieuwe toepassingen.
Niet iedereen hoeft een AI-expert te zijn
AI-agents maken docenten niet overbodig. Ze kunnen repetitieve taken ondersteunen, waardoor docenten meer tijd krijgen voor begeleiding en menselijke interactie.
Niet iedere docent hoeft zelf een agent te kunnen bouwen. Wel moet iedereen begrijpen wat de technologie doet en welke kansen en risico’s het met zich meebrengt. Binnen ieder team zijn daarom collega’s nodig die de technologie begrijpen en andere kunnen begeleiden.
Wel is het belangrijk dat ieder team collega’s heeft die de technologie begrijpen en andere kunnen begeleiden.
Inzichten omzetten in een praktisch kader
De grootste vervolgvraag ging over toetsing en examinering. Omdat het steeds lastiger wordt om vast te stellen wat door een student en wat door AI is gemaakt, moeten opleidingen zich aanpassen aan de manier hoe zij iets beoordelen.
Denk aan tussentijdse gesprekken, meerdere bewijsvormen en meer aandacht voor de argumentatie en het leerproces. De inzichten uit de sessie worden verwerkt tot een praktisch kader waarmee onderwijsinstellingen zich kunnen voorbereiden op de komst van AI-agents.
Bij Aimici helpen we onderwijsinstellingen en organisaties om AI praktisch en verantwoord toe te passen. Benieuwd hoe jouw organisatie de eerste of volgende stap kan zetten met AI? Neem contact met ons op via https://aimici.nl/contact/.